Technofilosoof Rens van der Vorst: Over AI, cryptogrammen en het filmen van videodeurbellen
Wat is jouw verhouding met technologie? In een maatschappij waar we overspoeld worden door én met social media en AI tools als paddestoelen uit de grond schieten, is het belangrijk om hier bij stil te staan. Wat voegt nieuwe tech toe aan jouw leven, en waar leveren we op in? We filosoferen erop los met ‘technofilosoof’, schrijver en docent (Fontys Hogeschool ICT) Rens van der Vorst.
Wat doe jij als technofilosoof?
De rol die ik voor mezelf zie is dat ik zo veel mogelijk mensen beter wil laten nadenken over hun relatie met technologie. Het doel is dan ook om mijn ICT-studenten, maar ook anderen die ICT gebruiken en inzetten, zich af te laten vragen welk effect dit op ze heeft. En dan hoop ik dat ze deze technologie gaan gebruiken om de wereld beter te maken, maar ja…
Je zegt ‘maar ja’. Dat gebeurt nog niet?
Nee, dat gebeurt niet veel. Ik heb het idee dat we wel altijd de intentie hebben om dingen beter te maken, maar dat we tegelijkertijd hele beperkte kennis hebben van wat technologie precies is, wat het met ons doet en dat we ook niet goed weten wat ‘beter’ precies is. Dan wordt het heel moeilijk om met technologie een betere wereld te maken.
Waarom is het zo belangrijk dat we goed nadenken over onze relatie met technologie?
Wij mensen zijn van nature onzekere wezens, die overal controle op proberen te krijgen en onze angsten proberen te bestrijden. Technologie is daar een perfecte, makkelijke escape voor. Dat leidt ertoe dat het eindresultaat vaak alsnog tegenvalt, omdat we dus zelf niet goed weten wat ‘beter’ is.
Daarbij komt ook dat we vaak beginnen met een probleem en vervolgens gaan we kijken naar technologische mogelijkheden, maar binnen no time kijken we vanuit wat technologisch mogelijk is naar problemen. De technologie wordt dan dominant, en daar gaat het mis. Technologie wordt gepresenteerd als een niet te stoppen natuurverschijnsel, maar dat moet mensen er niet van weerhouden om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de positie die zij innemen ten opzichte van technologie.
Hoe probeer je vanuit jouw docentenrol studenten verantwoord met technologie om te leren gaan?
Ik probeer mijn studenten hier niet alleen over na te laten denken; ze moeten dit ook echt voelen. De basale manieren zijn dan bijvoorbeeld om hun laptop en telefoon op te bergen en oortjes uit te doen wanneer ik aan het praten ben. Maar ik laat ze ook heel veel technologie bouwen die andere mensen laat nadenken over technologie, zodat ze er niet alleen zelf wat van opsteken. Ze maken bijvoorbeeld bordspellen en kaartspellen, waarin ook een gezonde dosis humor is verwerkt. Ook organiseren ze hackatons, waarin ze leren hoe ze technologie moeten saboteren. Door het saboteren gaan ze nadenken over hun relatie met het algoritme.
Jij bent zelf tijdens jouw lessen dus heel erg bezig met ‘technofilosofie’, de bewustwording van onze verhouding met technologie. Laten we er wat breder naar kijken: Hoe gaat het onderwijs om met de opkomst van nieuwe technologie?
Slecht. Of op zijn minst moeizaam, en ook een beetje achter de technologische trom aanlopend. Ik ben daar zelf wat radicaler in. Volgens mij hebben alle hogeronderwijsinstellingen een statement of visie uitgebracht op Large Language Models, zoals ChatGPT, om duidelijk te maken hoe ze hiermee omgaan. Ik zie ChatGPT als een immoreel bedrijf waar het onderwijs niet op vooruit gaat. Dat studenten het gebruiken kan je niet voorkomen, maar als onderwijsinstelling zelf kan je juist een statement maken om niet in zee te gaan met zo’n bedrijf. Dat blijkt toch ingewikkeld te zijn.
Gebruik je dan zelf nooit ChatGPT?
Nee, ik gebruik wel eens andere Large Language Models hoor. Vooral als het werk is waar ik geen zin in heb. Maar ik stel mezelf dan wel de vraag: “Hoezo doe ik werk waar ik geen zin in heb?”, in plaats van: “Kan ik werk wat ik niet leuk vind sneller doen?”
Ik maak op zaterdagochtend graag cryptogrammen. Die kan ik tegenwoordig in 5 minuten oplossen: Ik maak er een foto van, gooi het in ChatGPT en binnen no time heb ik die puzzel opgelost. Maar ja, daar heb ik zelf weinig aan. Dingen die je leuk vindt wil je graag zelf doen, zo simpel is het.
Social media gebruik ik bijna niet; geen WhatsApp, Instagram of TikTok. Wel LinkedIn, zo slap ben ik dan ook wel weer. Ook ik heb behoefte aan aandacht. En wanneer ik toffe creatieve ideeën heb gebruik ik ook echt wel eens generatieve AI, om bijvoorbeeld een afbeelding te generen. Het is ook moeilijk om als consument helemaal te ontkomen aan Big Tech; ik werk ook vanuit een Microsoft-omgeving.
Maar is het dan echt zo dat er niet aan te ontkomen is? Of hebben we dat ons met zijn allen wijsgemaakt? De kern is dat je een bepaalde dapperheid moet hebben om te besluiten om minder technologie te gaan gebruiken. Ik heb het idee dat de mensen die daar voor kiezen er achteraf nooit spijt van hebben.
We hebben het nu vooral over de (niet geheel onbelangrijke) kritische kijk op AI. Waar zie jij de kansen liggen?
Ik zie de kansen voor AI vooral liggen bij alles wat niets te maken heeft met mensen. Ik ben echt een mega-voorstander van AI. Zeggen dat je tegen AI bent is een beetje hetzelfde als zeggen dat je tegen sport bent, of tegen het weer. Het is zo’n breed begrip.
Als het bijvoorbeeld gaat over het rendement van zonnepanelen, logistieke issues of op basis van data juiste medicijnen berekenen, dan is dat hartstikke goed. AI kan de wereld milieuvriendelijker en beter maken. Ik zie wel een groot probleem in chatbots als onze therapeuten, vrienden en feedbackmachines (bijvoorbeeld in het onderwijs).
Het gevaar is niet alleen dat we de menselijke maat laten vervangen door technologie, maar ook dat het de mens zelf terug dwingt naar de ‘computermaat’, waarin onze creativiteit en denkwijze wordt beperkt. Als je een chatbot als therapeut gaat gebruiken, dan wordt een mens teruggebracht naar iets wat een computer kan begrijpen. Je bent dan een mens aan het ‘uitkleden’ of ontmenselijken, want die persoon moet zich aanpassen naar wat een bot begrijpt. Daar zit het probleem.
Iets laten samenvatten door een chatbot: prima. Grammatica laten checken door een bot: prima. Tekst schrijven waar je zelf geen zin in hebt: prima. Dat is allemaal heel basaal. Maar feedback of zelfs therapie krijgen van een chatbot? Een absolute no-go.
Zijn we te afhankelijk van technologie?
Kijk, technologie heeft ook een hoop dingen beter gemaakt in de wereld. Maar we zijn wel erg afhankelijk en gaan vooral te snel mee in alle nieuwe tech. We hebben op dit moment de luxe om te kiezen om niet overal in mee te gaan, maar die luxe pakken we niet. Ik ben bang dat dat in de toekomst alleen maar moeilijker gaat worden, omdat er dan nog veel meer opties zijn.
Een mooi voorbeeld van nieuwe tech waar veel mensen snel in mee gaan zonder erover na te denken is een videodeurbel. Superhandig als zo’n bel alleen in actie komt als er iemand aanbelt, maar een meter ver filmt en het beeldmateriaal automatisch verwijderd. Maar dat gebeurt niet; bij elke beweging filmt dat ding en het houdt geen enkele rekening met privacy.
Voor een soort kunstproject heb ik ooit videodeurbellen een koekje van eigen deeg gegeven. Ik ging dan voor de deur staan en met mijn telefoon de videodeurbel filmen. Dat ding filmt mij toch ook ongevraagd? Dat vonden bewoners niet leuk.
Als ik op een openbare weg loop, wil ik het liefst niet gefilmd worden, maar dat kan dus wel gewoon. Er wordt daarop geen actie ondernomen, en dan is zo’n videodeurbel maar één voorbeeld. Het is ook een beetje vechten tegen de bierkaai als je het opneemt tegen technologie, maar tegelijkertijd kan het ook hoopvol zijn; als zo’n strijd lukt dan zijn mensen er altijd heel tevreden over achteraf.
Zoals het telefoonverbod op middelbare scholen?
Precies. Mensen vinden dat best fijn, zowel docenten als leerlingen. Het is als je er op terugkijkt best raar dat leerlingen tot voor kort altijd een afleiding-device de klas in namen. Het verbieden daarvan riep ook zeker weerstand op; als je als school technologie gaat verbieden kom je direct in een hokje waar je niet in wil zitten. Dat slaat nergens op, maar zo voelde dat dan. Na een jarenlange discussie is het nu eindelijk verboden op scholen en denkt iedereen achteraf: Wat lekker!
Dat is een mooie eerste stap geweest. Maar ook buiten school is het belangrijk om verantwoorde keuzes te maken op het gebied van technologie. We sporen vanuit TMI ook ouders aan om het gesprek aan te gaan over de online belevingswereld van hun kinderen. Jij bent zelf ook vader. Praat jij daar met je kinderen over?
Jazeker, er zijn bij ons thuis ook hele duidelijke afspraken over het gebruik van mobiele telefoons. Ik vind als ouder een smartphone een fantastisch apparaat. Het zorgt er namelijk voor dat ik mijn kinderen altijd kan bereiken (behalve tijdens schooltijd nu). Mensen gooien vaak de term smartphone en al die verslavende apps die erop zitten op één hoop, maar dat vertroebelt alle discussie.
De afspraken die ik met mijn kinderen heb gemaakt waren gebaseerd op het rook-principe. Niet op tijd, want dat valt toch niet te managen. Maar dus wel op waar je een telefoon wel of niet gebruikt; dat is makkelijker te handhaven. Dus bijvoorbeeld geen telefoon voor de TV (dat is dubbel dippen), niet aan de eettafel en niet als we naar het strand gaan. Het mooie hiervan is: Als een telefoon niet in de buurt is, is het ook nooit een probleem.
Als jongeren op schoolkamp gaan of op een voetbalkamp of camping zonder wifi, dan vinden ze dat allemaal prima. De verslaving is wat dat betreft maar heel dun. Dat merk je ook bij dat telefoonverbod op scholen, veel leerlingen wennen daar toch vrij gemakkelijk aan.
Welk advies zou jij aan ouders geven die het moeilijk vind om afspraken te maken of gesprekken te voeren over wat er op een mobieltje gebeurt?
Laten we beginnen met het niet hebben van een telefoon onder de 13 jaar. Het is wettelijk gezien ook niet toegestaan om social media te gebruiken voor die leeftijd; dat staat in de gebruikersvoorwaarden en de Europese wetgeving. Ik vind het bijzonder dat veel groepen 8 wel een groepsapp hebben dan (inductief meester & juf). Die zijn namelijk allemaal onder de 13.
Ik denk dat het heel goed is om analoge vergelijkingen te maken. Stel je voor dat ik op het schoolplein ga staan met een multomap met allemaal foto’s erin van verminkte mensen, en dat ga ik aan de kinderen laten zien. En als ze het interessant vinden, laat ik er nog meer zien. Wat gebeurt er dan met mij? Grote kans dat de politie me komt halen. Gek dat we dan online platforms toestaan of gedogen die dit ook doen.
Daarbij ook nog een voor de hand liggende tip: Zit als ouder ook niet de hele tijd op je telefoon.

Tot slot: Jij hebt als schrijver ook meerdere boeken geschreven die gaan over onze verhouding met technologie. Vorig jaar kwam jouw boek ‘Don’t Mention The VAR’. Wat zegt de VAR (Video Assistant Referee) over onze relatie met technologie?
Technologie verandert ons en hoe we naar de wereld kijken. Dus we zien een probleem en denken dat op te kunnen lossen met technologie. De VAR is daarvan een fantastisch voorbeeld; scheidsrechters bij voetbal maken fouten en die fouten kunnen dan opgelost worden met technologie. Maar ik noemde het al eerder dit interview: Binnen de kortste keren kijken we vanuit de mogelijkheden van die technologie naar het probleem. Dus ineens vinden we een centimeter buitenspel of een minimale handsbal erg belangrijk. Dat was voor de VAR niet zo.
En de VAR is dan een analogie van wat in de rest van de wereld gebeurd. Je ziet soms een scheiding tussen de bedoeling ergens van en de regels. Technologie schaart zich altijd aan de kant van de regels, al matchen die regels niet altijd met de bedoeling.
Daarbij komt ook dat we technologie veel te snel geloven. Je hebt ongetwijfeld wel eens meegemaakt dat je naar sport zit te kijken en bij een beslissing denkt: “Ja ik kan dit niet zien.” Vervolgens zie je een animatie erbij en denk je: “Ja, nu zie ik het ook. Een knie buitenspel!” Maar waar zit je dan naar te kijken? Je hebt vaak geen idee wat er allemaal bij komt kijken. Kortom: In het boek wordt vanuit de VAR gekeken naar onze vreemde verhouding met technologie.
.jpg)



.jpg)






.png)
.png)
.png)

.jpg)
.webp)























































.webp)
.webp)










.avif)
